AI is de grootste ontwikkeling van de afgelopen paar jaar. Grote bedrijven zetten er groot op in, ondanks de gigantische energieconsumptie die er tegenover staat. Ook de videogame-industrie wordt er zwaar door beïnvloed. Maar hoe precies? Dat zet ik hier op een rijtje.
AI-gebruik in videogames
Het gebruik van artificiële intelligentie in de ontwikkeling van videogames is niet nieuw. Het meest opvallende voor de gamers, dat is NPC-gedrag. Dat wordt bepaald door relatief simpele AI, die ervoor moet zorgen dat ze verschillende dingen kunnen, afhankelijk van de situatie.
Daarnaast speelt het een belangrijke rol in het maken van assets zoals 3D-modellen en texturen. In videogames is alles geanimeerd, wat betekent dat alles dat je ziet daar is met opzet. Door het genereren van de onderdelen die minder van belang zijn, kunnen ontwikkelaars een hoop tijd besparen. Wat op zijn beurt voor ons betekent dat het spel minder geld kan kosten.
Het wordt ook gebruikt om de gamewerelden of levels te genereren. Dit is niet uitsluitend; willekeurige uitdagingen kunnen ook gemaakt worden met algoritmen. Fijn voor als je willekeur nog steeds een bepaalde intentie moet hebben. Maar als dat niet nodig is, dan is AI wel ineens veel gemakkelijker.
Deze tool is handig voor ontwikkelaars, maar het kan wel kort door de bocht zijn. Zoals ik al zei, helpt het vooral als er geen achterliggende intentie is. Anders wordt het schrijven van de artificiële intelligentie zoveel werk dat je net zo goed zelf het algoritme kan maken. Daardoor krijg je vooral lege, oninteressante en ongeïnspireerde werelden. Denk bijvoorbeeld aan No Man’s Sky voor de ontwikkelaars het fiksten. Gebruik van AI in game-ontwikkeling gaat dus het beste met mate.

Toenemende consoleprijzen
AI moet een hele hoop berekeningen doen. Daarom hebben ze veel behoefte aan processoren en RAM. Zoveel zelfs, dat andere elektronica- en softwareontwikkeling daar aanzienlijk minder toegang toe heeft. Je kan je voorstellen dat dit slecht nieuws is voor videogames.
De PlayStation 5 zit nu in zijn zesde levensjaar. Meestal betekent dit dat het apparaat nu relatief goedkoop te krijgen is, aangezien de komst van de opvolger eraan zit te komen. Maar een paar weken geleden kondigde Sony aan dat de prijzen juist omhooggaan. Dit komt omdat het duurder is om aan de benodigde onderdelen te komen. Bovendien verwacht ik dat we echt wel wat langer moeten wachten op de PS6, als die überhaupt nog komt.
Deze toename in prijzen blijft ook niet bij de PlayStation. Ook Microsoft en Nintendo prijzen er hun apparaten naar. Pc-gamers komen er niet beter vanaf. Mijn rig is ondertussen best oud, waardoor niet alle games lekker meer draaien. Om dat te fiksen moet ik het moederbord upgraden, maar dat betekent dat ik ook mijn DDR4-RAM moet vervangen door DDR5. Dat is nu helaas duurder dan ooit.
Voor het ontwikkelen van games geldt hetzelfde. De tech die daarvoor nodig is, is duurder geworden. Daarom kost het ook meer om ze te maken. Dus gaat de prijs van videogames voor ons ook omhoog. Dat tikt behoorlijk aan.

IJstijd
Dat alles duurder wordt, heeft ook als gevolg dat ontwikkelingen stil komen te staan. Ik zei eerder al dat ik geen nieuwe consoles verwacht in de komende jaren. Nieuwe technologie voor videogames zal nog even op zich laten wachten.
Graphics, gameplay en performance. Op technologisch vlak is er nu geen ruimte voor verbetering. Daarvoor is de hardware niet beschikbaar. Dat wordt namelijk allemaal opgeslokt door AI. Dus krijgen we voorlopig alleen games te zien die een paar jaar geleden ook gemaakt hadden kunnen worden.
Daarmee wil ik niet zeggen dat nieuwe games de komende paar jaar niet het spelen waard zijn. Als Clair Obscur ons iets geleerd heeft, dan is het wel dat we nog steeds meer uit de huidige hardware kunnen halen. Ontwikkelaars moeten alleen wel weten wat ze aan het doen zijn.
Innovatie wordt voortgedreven door vooruitgang in de technologie. Maar limitaties kunnen ook juist leiden tot vernieuwing. Als ontwikkelaars noodgedwongen met verouderde apparaten werken, dan zullen zij zoeken naar manieren om er meer uit te halen. Verwacht alleen niet dat deze vernieuwing komt van de AAA-ontwikkelaars.

AI is respectloos
Komt hier allemaal iets tegenover te staan? Wat de grote bedrijven betreft, wel. En niet alleen de eerdergenoemde toepassingen voor ontwikkelaars. Die waren er al, dus dat telt niet.
Wat dacht je bijvoorbeeld van games gemaakt door AI, zonder dat er een ontwikkelaar voor nodig was? Deze games zijn goedkoop om te maken en daarom ook goedkoop om te verkopen. Fijn, want AAA-games werden ook zonder al deze extra problemen steeds duurder.
Dan heb je nog de DLSS 5. Die maakt gebruik van AI om de beeldvorming van games op te poetsen. Dat doet de applicatie niet door de polygonen te verhogen of op een andere manier de kwaliteit te verhogen. In plaats daarvan schildert het over de assets van de game heen.
Het probleem hierbij is niet hoe hoog of laag de kwaliteit ligt. Met genoeg training kan artificiële intelligentie games met enige regelmaat mooier maken, zelfs als dat nu nog niet lukt. Ook zal het uiteindelijk in staat zijn vermakelijke games te maken. Maar wat ze nooit zullen hebben, dat is een boodschap. Games zijn kunst en kunst wil altijd iets zeggen. Door over de vormgeving van ontwikkelaars heen te schilderen, spuugt AI op hun werk. Het is respectloos en het ontneemt de gamers van artistieke intentie. Ook games gemaakt door artificiële intelligentie blijven daardoor zielloos.
Een moeilijk tijdperk
Mocht het nog niet duidelijk zijn: de invloed van AI op videogames is verre van positief. Er mag dan wel een zilverkleurig randje zijn in de vorm van noodgedwongen innovatie, maar daar staat veel te veel tegenover. Er staan zware tijden te wachten op de videogame-industrie. Dat terwijl het al niet zo best ging. Hopelijk knapt de AI-bubbel snel, maar ik vermoed dat de grote bedrijven er te veel in hebben gegoten om dat toe te staan.




Geef een reactie