Ik had een bloedhekel aan school. Tot aan het punt dat ik er zo min mogelijk tijd doorbracht. Mijn voornaamste motivatie om te leren was dat ik niet meer naar school hoefde. Toch zijn er ook wel wat goede herinneringen. Veel daarvan zijn gekoppeld aan een specifiek kaartspel: Saboteur.
Saboteur: altijd bij de hand
Dat ik van bordspellen hield, dat was geen geheim. Ik spendeerde veel van mijn weekenden aan Magic en had daarnaast ook een kleine verzameling andere spellen die ik graag speelde. In de vroege jaren van mijn middelbareschoolcarrière had ik meestal mijn set Jungle Speed bij me. Ik vind nog steeds dat het de betere versie van Halli Galli is, want vormen herkennen is veel leuker dan tellen tot vijf. Plus, ik heb de originele versie met de houten totem. Gevaarlijk, maar dat had juist wel wat.
Toen ik Saboteur kreeg, wisselde ik Jungle Speed daarvoor in. Docenten stelden het niet altijd op prijs dat er af en toe een houten totem door de lucht vloog en we konden aardig luid zijn tijdens het spelen. Ook is Saboteur wat gemakkelijker om mee te nemen. Ik had openlijk een hekel aan school, maar ik was geen rebel. Mijn huiswerk was meestal af, ik leerde voor toetsen en ik heb precies nul keer gespijbeld. Dus vooruit, we speelden wel iets rustigers.
Het helpt ook dat je maar zoveel kan strategeren in Saboteur. Het spel laat je een enkele kaart spelen, voordat vier tot negen andere spelers iets volledig anders proberen te doen. Dus konden we gewoon wat kaarten op tafel smijten en zien wat ervan kwam. Iemand blokkeren was grappig, zelfs als later bleek dat die persoon een teamgenoot was. Misschien zelfs vooral dan.
Wanneer speelden we? Tijdens de pauzes en tussenuren. Met wat geluk vonden we een studiekamer waar we niemand lastig vielen en vooral ook niet lastiggevallen werden. Als dat niet kon, dan speelden we gewoon in de aula tussen alle andere pauzehebbers. Er werd wel eens naar ons gejoeld, maar het liet ons aardig koud. Hun beste tijdsverdrijf was proberen mensen het leven zuur te maken, terwijl wij een leuk kaartspel om te spelen hadden.

Van buitenbeentjes tot bezienswaardigheid
Je kan je voorstellen dat ik niet behoorde tot de populaire kids. Saboteur en andere spellen vielen niet onder de ‘coole’ tijdsverdrijven. Gelukkig vond ik in mijn eerste jaar al genoeg vrienden die zich daar niet teveel van aantrokken. Die vonden het wel leuk om af en toe een kaartje te leggen, of ze deden op zijn allerminst mee, zodat ze met ons konden hangen.
Tegen de tijd dat we naar de bovenbouw gingen, wist iedereen wie wij waren. We waren de nerds die altijd een tafel zochten, zodat we onze spelletjes konden spelen. De vriendengroep groeide. Als we iedereen indelen in kliekjes, dan waren wij de mensen die nergens anders bij hoorden. Aangezien het de middelbare school was, waren dit verrassend veel mensen.
Er werd niet meer op ons neergekeken. Sterker nog, we hadden met regelmaat een publiek. Een publiek dat steeds meer interesse had in de regels van ons spelletje. De gatekeeper in mij wou dit wat meer afbakenen. Als ze niet normaal tegen ons konden doen in de afgelopen jaren, dan waren ze toch zeker nu niet welkom? Een deel klopte ook spottend aan, of deed in ieder geval alsof. Maar ik was me er ook wel van bewust dat ik dan deel zou zijn van het probleem. Dus legde ik aan ze uit wat er allemaal aan het gebeuren was in het potje.
De situatie ontwikkelde zich nog verder: voor ik het wist, zaten er mensen die ik nog nooit had gesproken aan tafel om mee te spelen. Of ik werd op de schouder getikt door iemand met de vraag of er in het volgende potje ook ruimte was voor hen. Het kon wat lastig zijn, want ik wou eigenlijk Saboteur spelen met de uitbreiding. Maar omdat we nu met regelmaat speelden met mensen die nog nooit een bordspel hadden aangeraakt, werd dit steeds lastiger. Toch kreeg ik het gevoel dat er iets positiefs aan het gebeuren was.

Meer dan alleen Saboteur
Ondertussen wisselden we soms ook af: naast Saboteur en Jungle Speed jaagden we wel eens op harten, of speelden we iets anders dat iemand een keertje meenam. Ik kreeg zelfs de kans om met een vriend Magic-les te geven in plaats van dat ik zelf moest leren te golfen. We hebben genadeloos onvoldoendes uitgedeeld als onze leerlingen dat verdienden. Dat was mooi, want grappig genoeg moest je een voldoende hebben of vervangende lessen volgen.
Wel waren het meestal kaartspellen. Niet omdat we die leuker vonden; ze zijn gewoon gemakkelijker mee te nemen. Zo’n Catan-doos past toch een stuk moeilijker in de tas. Bovendien zit alles dan helemaal door elkaar, omdat de doos te veel geschud werd, of op zijn kant lag. Aan de andere kant steek je een setje speelkaarten in een noodgeval gewoon in je broekzak.
Maar er was genoeg om uit te kiezen. Hadden we een keer geen inspiratie, of hadden we niet de juiste hoeveelheid spelers? Dan kwam Saboteur gewoon weer uit de tas. Zeker met de uitbreiding maakt het spelersaantal niet zoveel uit, dus dat probleem loste zichzelf op. Ook had de vaste groep het spel vaak genoeg gespeeld, zodat we gewoon meteen aan de slag konden.
Uiteindelijk ging het niet echt om het spel: het ging erom dat we iets hadden om samen te doen. Iets dat even niets te maken had met school of studeren. Het spelen was een welkome afleiding na uren in een klaslokaal. De dagen waarop we niet de kans kregen om Saboteur te spelen, omdat we geen gezamenlijke tussenuren hadden en geen tijd hadden in de pauzes, waren aanzienlijk zwaarder.

Neem een spel mee
Ik had een hekel aan school. Maar dankzij Saboteur en andere spellen kwam ik de dag door. Dus heb jij kinderen die graag een spelletje meenemen naar de les? Pak het dan niet af, maar laat ze lekker. Zolang het huiswerk af is, kan het geen kwaad! Wie weet, misschien vormen ze ook een steeds groeiende groep spelliefhebbers.




Geef een reactie